Het idee van een basisinkomen voor iedereen is al oud, maar nog nooit op grote schaal toegepast. De discussie loopt al sinds de jaren tachtig en draait om twee hoofdpunten.
Ten eerste is het betaalbaar, of anders gezegd wat zijn de kosten, om iedereen die niet werkt te voorzien van een basisinkomen? Ten tweede werkt dit niet luiheid, ofwel demotivatie om te werken in de hand?
Het laatste voorbeeld kan direct aan de hand van een real live experiment in Canada worden ontkracht. Het blijkt in de praktijk dat een basisinkomen mensen juist motiveert om meer te gaan verdienen. Zij worden als het ware uit de armoedeval getrokken. Daarentegen bestaat wel de mogelijkheid dat mensen minder gaan werken, omdat ze vrije tijd belangrijker vinden. In het Mincome experiment, van 1974 tot 1979 in het klein Canadees plaatsje Dauphin uitgevoerd, waren de resultaten positief.
Bestuurders waren bang dat mensen niet meer zouden werken en veel kinderen zouden krijgen om hun inkomen te verruimen. Er gebeurde juist het omgekeerde: men trouwde later. Jongeren gebruikten het geld om langer te studeren. Vrouwen namen langer zwangerschapsverlof. Het aantal arbeidsuren daalde met slechts 13%. Belangrijkste ontdekking was, dat het ziekenhuisbezoek met 8,5% afnam. Een enorme besparing op de kosten van de gezondheidszorg. Het huiselijk geweld nam af en er waren minder psychische problemen. Kortom het stadje Dauphin werd gezonder.
De PvdA heeft op haar congres van 16/17 januari in Utrecht het basisinkomen weer op de agenda gezet. Onderzoeker Marcel Canoy wil een dergelijk experiment gaan invoeren in een van de armste steden van Nederland Leeuwarden. Het experiment zou in een breder kader onderdeel gaan uitmaken van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018.
Veel locale politici zijn voor met uitzondering van de VVD. Maar ook voor de liberalen is het experiment interessant, omdat de rol van de overheid wordt teruggedrongen. Het basisinkomen maakt veel kostbare instanties als bijvoorbeeld het UWV en Sociale Dienst overbodig.

Geen gezeik, iedereen rijk‘ als het aan historicus Rutger Bregman ligt…

Het tweede hoofdpunt is de financiële haalbaarheid van een basisinkomen. Hierop zijn verschillende rekenmodellen losgelaten, o.a. van het CPB. Laatstgenoemde vindt het geen goed idee. De inkomstenbelasting zou met 8% moeten stijgen naar een vlaktax van 53,5% om iedereen vanaf 18 jaar een inkomen van EUR 550,- te garanderen.
Andere modellen zijn positiever. Met name de Vereniging Basisinkomen, gaat uit van een basisinkomen van EUR 800 voor iedereen ouder dan 21 jaar. De kosten van dit beleid zouden 17,5 miljard bedragen.
Het blijft een ingewikkelde rekensom om de kosten en baten van een basisinkomen in beeld te brengen. Tegen de achtergrond van de opkomende robotisering, waarin steeds minder werk voorhanden is, een vruchtbare discussie om beloningssystemen onder de loep te nemen.